Alpaca

De alpaca, in de volksmond soms ook berglama genoemd, behoort tot de familie van de kameelachtigen (Camel Idea) uit Zuid-Amerika. De alpaca wordt in de hoge Andes als huisdier gehouden. Hij heeft een schofthoogte van 90 cm., met een lange vacht, vaak reikend tot aan de grond. De alpaca leeft op de hoogvlakten van Bolivia en Peru, vooral op de hoogvlakte van het Titicacameer. De alpaca gedijt het beste op een hoogte van 4400-5300 meter waar een geringe luchtvochtigheidsgraad heerst. Daarentegen geeft hij wel de voorkeur aan zachte, vochtige grond voor zijn gevoelige pootjes, mals gras en veel poelen om zich in te wentelen.

De alpaca staat bekend om zijn zachtaardig karakter, overvloedige fijne wol, lange nek en oren die iets naar buiten wijzen. Het hoofd is versierd met wol en grote sprekende ogen. De staart is kort en laag ingeplant, zodat het lijkt of ze een afgerond achterwerk hebben. Hun zachte voeten hebben twee tenen. De alpaca heeft geen boven-voortanden. Ze pakken gras met hun gespleten bovenlip en bijten het af met de onder-snijtanden.

Alpaca’s zijn kuddedieren en moeten dan ook minimaal met zijn tweeën zijn. Een alpaca wordt gemiddeld 20 jaar oud. Eén maal per jaar moet de alpaca geschoren worden. De wol van de alpaca is superzacht en zeer sterk, zelfs drie keer zo sterk als de wol van een schaap. De alpaca’s communiceren met diverse zachte geluiden.